Onvoldoende meewerken aan re-integratie kan een werkgever duur komen te staan

Onvoldoende meewerken aan re-integratie kan een werkgever duur komen te staan

Een werknemer die zelf ontslag neemt heeft in beginsel geen recht op een transitievergoeding. Op deze hoofdregel bestaat echter een belangrijke uitzondering. Wanneer een werknemer de arbeidsovereenkomst beëindigt vanwege ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever, kan alsnog aanspraak worden gemaakt op zowel een transitievergoeding als een billijke vergoeding.

Van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever is echter niet snel sprake. Het gaat om uitzonderlijke situaties waarin een werkgever ernstig tekortschiet in zijn verplichtingen tegenover de werknemer. Een recente uitspraak van de kantonrechter van de rechtbank Noord-Holland laat zien dat op een werkgever tijdens ziekte van de werknemer een actieve verantwoordelijkheid rust om het re-integratieproces zorgvuldig vorm te geven.

Wat speelde er?
Werkneemster was sinds 2019 in dienst als secretaresse bij werkgever en verrichtte administratieve werkzaamheden. Eind 2024 meldde zij zich ziek. Naar aanleiding van het advies van de bedrijfsarts is werkneemster enige tijd later aangevangen met haar re-integratie. Tijdens de re-integratieperiode ontstond tussen werkneemster en werkgever een conflict omtrent de uitvoering van de re-integratieverplichtingen.

Na ongeveer veertien maanden ziekte en een moeizaam verlopen re-integratietraject verzocht werkneemster de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden. Daarbij heeft zij tevens verzocht om toekenning van een transitievergoeding en een billijke vergoeding.

Oordeel van de kantonrechter
Volgens werkneemster was er tijdens haar re-integratie nauwelijks passend werk beschikbaar. De werkgever voerde aan dat de werkzaamheden van werkneemster grotendeels waren verdwenen als gevolg van digitalisering binnen de organisatie. Een belangrijk deel van haar oorspronkelijke werkzaamheden was hiermee komen te vervallen.

De bedrijfsarts had echter herhaaldelijk benadrukt dat een succesvolle re-integratie alleen mogelijk is indien werkneemster werkzaamheden verricht die als zinvol en passend kunnen worden aangemerkt. Een re-integratietraject strekt immers niet uitsluitend tot het realiseren van aanwezigheid op de werkvloer.

De kantonrechter oordeelde dat als bestaande werkzaamheden afnemen of wegvallen, dat een werkgever verplicht blijft om passende werkzaamheden aan te bieden in het kader van het re-integratieproces. De kantonrechter merkte daarbij op dat er vrijwel altijd passende werkzaamheden te bedenken zijn, zoals archiveren, opruimen, boodschappen bestellen of desnoods het kerstpakket samenstellen.

In dit geval had de werkgever geen initiatief genomen om de re-integratiemomenten inhoudelijk zinvol in te vullen. Ook de herhaalde waarschuwingen van de bedrijfsarts dat het ontbreken van passende werkzaamheden kon leiden tot stagnatie of zelfs verergering van de klachten, hadden niet tot actie geleid.

De kantonrechter concludeerde dan ook dat sprake was van verwijtbaar handelen en nalaten aan de zijde van de werkgever. Werkneemster ontving ruim € 14.500 aan vergoedingen.

Belang voor de praktijk
Deze uitspraak onderstreept dat werkgevers tijdens ziekte een actieve rol moeten vervullen in het re-integratieproces. Het enkel laten verschijnen van een werknemer op de werkvloer zonder passende werkzaamheden aan te bieden, is daarvoor niet voldoende.

Wanneer een werkgever tijdens het re-integratietraject zelf tekortschiet, kan dit onder omstandigheden worden aangemerkt als ernstig verwijtbaar handelen. Indien de werknemer in een dergelijk geval zelf de kantonrechter verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden, kan hij of zij onder omstandigheden aanspraak maken op een transitievergoeding én een billijke vergoeding.

Heeft u vragen naar aanleiding van bovenstaand artikel? Neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op via: info@sijbenpartners.nl of via 045-5602200. Wij helpen u graag verder.

Artikel geschreven door: Iona Lenssen