Wat zijn de gevolgen wanneer een werknemer langdurig afwezig is en ondanks herhaalde pogingen onbereikbaar blijft? Kan de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigen als de werknemer ernstige psychische beperkingen heeft? En leidt verwijtbaar gedrag automatisch tot verlies van het recht op een transitievergoeding? In een uitspraak van 20 oktober 2026 behandelt de Rechtbank Amsterdam deze vragen. De uitspraak maakt duidelijk dat gedrag een beëindiging van de arbeidsovereenkomst kan rechtvaardigen zonder dat sprake is van ernstige verwijtbaarheid. Dat onderscheid kan bepalend zijn voor het recht op een transitievergoeding.
Verwijtbaar handelen of nalaten is een van de ontslaggronden waarop de rechter de arbeidsovereenkomst kan ontbinden. Daarvoor is vereist dat het gedrag zodanig is dat redelijkerwijs niet van de werkgever kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Bij de beoordeling kijkt de rechter naar de concrete omstandigheden van het geval, waaronder welke verplichtingen de werknemer niet is nagekomen, hoelang dit heeft geduurd, of de werknemer daarvoor is gewaarschuwd en welke redelijke stappen de werkgever heeft gezet om contact te krijgen of het probleem op te lossen. Ook persoonlijke omstandigheden, zoals ziekte of psychische beperkingen, kunnen meewegen bij de vraag in hoeverre het gedrag de werknemer kan worden aangerekend. Of sprake is van verwijtbaarheid moet dus worden beoordeeld in de context van het gedrag en de omstandigheden. De enkele constatering dat een werknemer afwezig of onbereikbaar was, is niet in iedere situatie voldoende om verwijtbaar handelen of nalaten aan te nemen.
De Rechtbank Amsterdam maakte dat onderscheid in haar uitspraak van 20 oktober 2026 (ECLI:NL:RBAMS:2026:10336). De arbeidsovereenkomst werd ontbonden, maar de werkneemster behield haar recht op een transitievergoeding. De werkneemster was sinds 2012 in dienst en had een Wsw-indicatie vanwege psychische beperkingen. Op 27 mei 2025 verscheen zij niet meer op het werk en meldde zij zich niet af. Daarna bleef zij langdurig onbereikbaar. De werkgever probeerde op verschillende manieren contact te leggen, stuurde brieven en waarschuwingen en plande afspraken met de bedrijfsarts. Ook stopte de werkgever de loonbetaling en schakelde hij onder meer de politie, het Meldpunt Zorg en Overlast Zuidoost en de gemeentelijke casemanager in. Uiteindelijk werd de deur van de woning ingetrapt om te achterhalen wat er met de werkneemster aan de hand was. Ondanks die inspanningen kwam geen contact tot stand.
De kantonrechter oordeelde dat de werkneemster verwijtbaar had gehandeld. Een werkneemster moet de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst nakomen en kan niet zonder gevolgen langdurig wegblijven en onbereikbaar zijn. Omdat de werkgever herhaaldelijk had geprobeerd de werkneemster te bereiken en hulp had ingeschakeld, hoefde de werkgever de arbeidsovereenkomst niet onbeperkt te laten voortduren. De arbeidsovereenkomst werd daarom ontbonden wegens verwijtbaar handelen.
Toch was volgens de rechter geen sprake van ernstig verwijtbaar handelen. De psychische beperkingen van de werkneemster waren als ernstig aangemerkt. Op basis van de omstandigheden kon niet worden vastgesteld dat zij bewust, kwaadwillend of opzettelijk had gehandeld. De gevolgen van haar afwezigheid waren voor de werkgever ingrijpend, maar de rechter keek ook naar de persoonlijke omstandigheden en naar de mate waarin het gedrag de werkneemster kon worden aangerekend. Dat onderscheid is juridisch belangrijk. Een werknemer kan verwijtbaar handelen en daarmee een reden geven om de arbeidsovereenkomst te beëindigen, zonder dat het gedrag zo ernstig is dat de werknemer de transitievergoeding verliest. Omdat ernstige verwijtbaarheid volgens de rechter ontbrak, bleef de werkgever de transitievergoeding verschuldigd.
Heeft u vragen naar aanleiding van bovenstaand artikel? Neem dan gerust vrijblijvend contact met ons op via info@sijbenpartners.nl of via 045-5602200. Wij helpen u graag verder.
Artikel geschreven door: Prescilla Reutelingsperger