Loonvordering

Gedurende het dienstverband is een werkgever verplicht om zijn werknemer tijdig het loon te betalen. Laat een werkgever dit na, dan kan een werknemer een loonvordering instellen. Deze vordering kan het verschuldigde loon (inclusief vakantiegeld) plus een wettelijke verhoging van het loon en de wettelijke rente omvatten. De wettelijke verhoging kan oplopen tot wel 50% van het loon.

Alvorens een loonvordering in te stellen, moet de werkgever in gebreke worden gesteld. Dit houdt in dat een werknemer aan zijn werkgever mededeelt dat de betalingsverplichting moet worden nagekomen. Laat een werkgever vervolgens alsnog na om het loon te betalen, dan kan een procedure worden gestart.

Het is van groot belang om de loonvordering tijdig in te stellen. De loonvordering verjaart namelijk vijf jaar nadat het loon niet tijdig is uitbetaald. Wel kan sprake zijn van zogenaamde stuiting. Dit houdt in dat een werknemer schriftelijk aan de werkgever laat weten dat hij nog altijd aanspraak wil maken op het achterstallige loon. In dat geval gaat de verjaringstermijn vanaf dat moment opnieuw lopen.