Uitleg aan de hand van de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 10 september 2025 (ECLI:NL:RBOVE:2025:5519)
Inleiding
Bestuurders van een besloten vennootschap (BV) dragen een grote verantwoordelijkheid. Wanneer een BV failliet gaat, kan de curator de bestuurders persoonlijk aansprakelijk stellen als blijkt dat zij hun taken onbehoorlijk hebben uitgevoerd. Toch is er onder bepaalde omstandigheden een ontsnappingsmogelijkheid: de zogenaamde ‘disculpatiegrond’ uit artikel 2:248 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Maar wanneer kan een bestuurder zich hier met succes op beroepen? De uitspraak van de rechtbank Overijssel van 10 september 2025 geeft hierin inzicht.
Wat is disculpatie?
Disculpatie betekent dat een bestuurder kan aantonen dat hem persoonlijk geen verwijt treft van het onbehoorlijk bestuur en dat hij alles heeft gedaan om de gevolgen daarvan te voorkomen of te beperken. Met andere woorden: een bestuurder kan onder bepaalde voorwaarden ontsnappen aan aansprakelijkheid, ook als het bestuur als geheel fouten heeft gemaakt.
De zaak bij de rechtbank Overijssel
In deze zaak was een BV in 2023 opgericht en ging zij in augustus 2024 failliet. De curator stelde de bestuurders aansprakelijk omdat zij hun administratieplicht niet waren nagekomen. Dit wordt gezien als onbehoorlijk bestuur en er geldt dan een wettelijk vermoeden dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. Volgens de wet zijn alle bestuurders dan in principe hoofdelijk aansprakelijk voor het tekort in de boedel (het geld dat ontbreekt om de schuldeisers te betalen).
Twee van de vier bestuurders voerden verweer en deden een beroep op disculpatie. Zij erkenden dat het bestuur fouten had gemaakt, maar vonden dat zij daar persoonlijk niet voor verantwoordelijk waren.
De rechtbank begint met uit te leggen dat een bestuurder zich alleen kan disculperen als hij kan bewijzen dat:
De rechtbank is streng: het maakt niet uit hoe het tekort is ontstaan, hoe de besluitvorming binnen het bestuur verliep, of hoe lang iemand bestuurder was. Elke bestuurder is medeverantwoordelijk voor het goed besturen van de BV. Alleen als een bestuurder kan aantonen dat hij tijdens zijn bestuursperiode geen schuld had én actief heeft geprobeerd de schade te beperken, kan disculpatie slagen.
Bestuurder I voerde aan dat hij zich nauwelijks met het bestuur bemoeide en dat zijn aandeel klein was. De rechtbank wees dit verweer af: het is niet relevant of een bestuurder feitelijk veel of weinig deed. Iedereen is verantwoordelijk voor het geheel. Ook de duur van het bestuurderschap (kort of lang) maakt niet uit, zolang de bestuurder in zijn periode van aanstelling niet kan aantonen dat hij geen schuld heeft en voldoende actie heeft ondernomen.
Bestuurder II stelde dat hij maar vijf maanden bestuurder was, werd buitengesloten door de andere bestuurders, en dat hij na zijn aantreden snel wilde uittreden. Ook had hij geprobeerd inzicht te krijgen in de administratie. De rechtbank vond dit onvoldoende. Het feit dat hij werd buitengesloten of een conflict had, deed niet af aan zijn verantwoordelijkheid. Hij was uitgetreden vanwege het conflict en had bovendien pas na zijn uittreden actie ondernomen om toegang tot de administratie te krijgen. Alleen maatregelen die tijdens het bestuurderschap zijn genomen, tellen mee.
Wanneer is disculpatie wél mogelijk?
Uit de uitspraak en de wet blijkt dat disculpatie alleen in uitzonderlijke gevallen slaagt. Bijvoorbeeld als een bestuurder door zijn collega’s wordt tegengewerkt en hij tijdig aftreedt om verdere schade te voorkomen. Of als iemand slechts een zeer korte tijd bestuurder was en direct actie heeft ondernomen om misstanden te voorkomen. Ook bijzondere persoonlijke omstandigheden, zoals ziekte of misleiding door anderen, kunnen een rol spelen.
Conclusie
De uitspraak van de rechtbank Overijssel laat zien dat het voor bestuurders erg lastig is om zich te disculperen. Alleen als zij kunnen bewijzen dat zij geen enkele schuld hebben aan het onbehoorlijk bestuur én actief hebben geprobeerd de gevolgen te beperken, kunnen zij aan aansprakelijkheid ontkomen. Passief afwachten, conflicten met andere bestuurders of een korte bestuursperiode zijn onvoldoende. Bestuurders moeten dus altijd alert zijn en direct ingrijpen bij problemen, willen zij niet persoonlijk aansprakelijk worden gesteld bij een faillissement.
Artikel geschreven door: mr. Gabi Jongen