“Tussenjaar? Geen einde aan alimentatie!” – Rechtbank verduidelijkt herleving van onderhoudsverplichting

“Tussenjaar? Geen einde aan alimentatie!” – Rechtbank verduidelijkt herleving van onderhoudsverplichting

De Rechtbank Den Haag heeft onlangs een interessante uitspraak gedaan over kinderalimentatie voor (jong)meerderjarige kinderen die tijdelijk niet studeren maar werken (ECLI:NL:RBDHA:2025:18704, 30 september 2025). De zaak laat zien hoe belangrijk de precieze bewoordingen van een vaststellingsovereenkomst zijn – én hoe de rechter deze uitlegt volgens de Haviltex-maatstaf.

De achtergrond
Uit het huwelijk tussen M en V werd in 2002 een tweeling geboren. Na de echtscheiding in 2019 werd kinderalimentatie vastgesteld op € 487 per kind per maand.
Toen de kinderen in 2021 net meerderjarig waren, sloten ouders een vaststellingsovereenkomst met nieuwe afspraken: M zou € 342 per kind per maand betalen “zolang de kinderen onvoldoende inkomen verwerven om volledig in hun eigen behoefte te voorzien, in ieder geval tot hun 25e – of 26e bij een tussenjaar.”

In de overeenkomst stond ook dat de bijdrage tijdelijk stopgezet kon worden als de kinderen in een tussenjaar zouden werken en zelf in hun onderhoud konden voorzien, maar zal herleven zodra zij weer zouden gaan studeren.

Het geschil
In 2025 vroeg M de rechtbank om zijn onderhoudsverplichting te beëindigen. Volgens hem was er sprake van een “gewijzigde omstandigheid”: de kinderen hadden hun studie gestaakt en verdienden zelf genoeg. De kinderen stelden echter dat ze mogelijk hun opleiding weer zouden oppakken.

De beoordeling
De rechtbank past de Haviltex-maatstaf toe en oordeelt dat partijen met “tussenjaar” hebben bedoeld: een periode van werken of niet studeren, van onbepaalde duur.
Daarmee is de alimentatie niet definitief geëindigd, maar tijdelijk opgeschort zolang de kinderen in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Zodra zij opnieuw gaan studeren en weer behoeftig zijn, herleeft de verplichting van M automatisch.

Omdat partijen dit scenario expliciet in hun overeenkomst hebben geregeld, is er géén sprake van een relevante wijziging van omstandigheden. De rechtbank wijst het verzoek van M af.

De les
Deze uitspraak benadrukt het belang van duidelijke en toekomstbestendige afspraken in alimentatieovereenkomsten, zeker bij jongvolwassen kinderen met wisselende opleidings- en werksituaties.
Een “tussenjaar” kan dus langer duren dan één jaar – en betekent niet automatisch het einde van de alimentatieplicht.

Heeft u vragen of wilt u juridisch advies? Neem dan vrijblijvend contact op met onze gespecialiseerde familierechtadvocaten in Heerlen via info@sijbenpartners.nl of bel gerust via 045 560 2200. Wij helpen u graag.

Artikel geschreven door: Mayke Ploemen