Privacy

Het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer oftewel ‘privacy’ is wettelijk verankerd. Het recht op privacy in de arbeidsverhouding kan grofweg in vier dimensies worden onderscheiden, te weten relationele privacy, lichamelijke privacy, informationele privacy en ruimtelijke privacy.

Relationele privacy ziet op het recht om een affectieve relatie met een collega aan te knopen. In beginsel heeft een werkgever dit te accepteren, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Hiervan is bijvoorbeeld sprake als werknemer elkaar op grond van hun functie dienen te controleren.

Lichamelijke onaantastbaarheid in de zin van privacy gaat onder meer om de vrijheid van een persoon ten aanzien van de presentatie van zijn lichaam en tegen ongewenst onderzoek van het lichaam. In beginsel is een werknemer vrij in zijn uiterlijk vertoning en mag een werknemer weigeren (uitzonderingen daargelaten) om deel te nemen aan een alcohol- of drugstest.

Informationele privacy betreft het verwerken van gegevens van een persoon. Hierbij spelen de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en de Uitvoeringswet een belangrijke rol. De AVG bevat regels over de al dan niet geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, het recht op inzage, op rectificatie en op overdraagbaarheid van gegevens.

Ruimtelijke privacy impliceert dat een werknemer een fysieke en geestelijke ruimte heeft om zijn taak uit te oefenen. De werknemer mag daarom niet zonder meer al het handelen van de werknemer observeren. Een werkgever mag ook niet zonder gegronde reden het e-mail- en internetgebruik controleren. Een werkgever moet accepteren dat een werknemer, binnen zekere grenzen, tijdens werk privécontacten onderhoudt en aldus gebruik maakt van social media.

Onze specialisten zijn u graag van dienst zijn in alle vraagstukken over privacy op de werkvloer.