Schending portretrecht door look-a-like Max Verstappen?

Picnic heeft in haar reclame gebruik gemaakt van een Max Verstappen look-a-like. Volgens Max Verstappen maakte Picnic een inbreuk op zijn portretrecht. Hij startte een procedure en eiste een schadevergoeding van € 350.000,00. Maar hoe oordeelde de Hoge Raad? Lees hier verder:

In een zaak tegen online supermarktketen Picnic heeft autocoureur Max Verstappen onlangs alsnog gelijk gekregen van de Hoge Raad. Picnic kwam in het jaar 2016 met een reclamefilmpje waarin een look-a-like van Max Verstappen – die met een bestelbusje van Picnic een bezorgrondje deed – te zien was. Het was duidelijk dat de reclame erg leek op het reclamefilmpje van winkelketen Jumbo, waarin Max Verstappen met zijn F1-wagen de boodschappen aflevert. Max Verstappen was van mening dat Picnic zijn portretrecht had geschonden en stapte naar de rechter. Daar eiste hij een schadevergoeding van € 350.000,00.

In eerste aanleg werd Max Verstappen in het gelijk gesteld en werd aan hem een gematigde schadevergoeding van € 150.000,00 toegekend. Zowel Max Verstappen als Picnic zijn tegen deze uitspraak in hoger beroep gegaan. Picnic was van mening dat zij het portretrecht van Max Verstappen niet had geschonden en Max Verstappen was van mening dat de schadevergoeding te laag was.

Het gerechtshof oordeelde – anders dan de rechtbank in eerste aanleg – dat het portretrecht zich niet strekt tot parodieën waarvan duidelijk is dat het niet om de persoon zelf gaat. Volgens het gerechtshof was een look-a-like toegestaan en kan deze niet worden aangemerkt als een ‘portret’ in de zin van de Auteurswet. Naar het oordeel van het gerechtshof kan het publiek immers duidelijk zien dat het niet om de echte Max Verstappen gaat. Max Verstappen kon zich niet in dit oordeel vinden en ging in cassatie.

De Hoge Raad heeft – anders dan het gerechtshof – geoordeeld dat een afbeelding van een look-a-like onder bepaalde omstandigheden een portret van de uitgebeelde persoon kan zijn en een inbreuk op het portretrecht kan opleveren. Dat is het geval indien de uitgebeelde persoon in de look-a-like wordt herkend en deze herkenning door bijkomende omstandigheden is vergroot; bijvoorbeeld door het dragen van dezelfde kleren. De Hoge Raad oordeelde in tegenstelling tot het gerechtshof dat het daarbij niet van belang is of het publiek begrijpt dat het om een look-a-like gaat en niet om de uitgebeelde persoon zelf.

Het gebruik van een look-a-like van Verstappen in een ludieke reclame wordt aldus gezien als een inbreuk op zijn portretrecht. Het gerechtshof dient zich opnieuw te buigen over de eis van Max Verstappen en te bepalen of Max Verstappen daadwerkelijk recht op schadevergoeding heeft. Ook zal er gekeken moeten worden hoe hoog dit bedrag dient te zijn.

Heeft u vragen naar aanleiding van het bovenstaande of andere vragen met betrekking tot het portretrecht? U kunt altijd vrijblijvend contact opnemen met onze advocaten in Heerlen. Wij zijn telefonisch bereikbaar op het nummer 045 560 22 00. U kunt ons ook bereiken via info@sijbenpartners.nl.