Vakantiedagen: opnemen of uitbetalen?

Een werknemer heeft over ieder jaar waarin hij recht heeft op loon recht op vakantie met behoud van loon gedurende ten minste viermaal de overeengekomen arbeidsduur per week. Dit worden de wettelijke vakantiedagen genoemd. Indien een werknemer meer vakantiedagen krijgt dan de wettelijke, dan zijn dit bovenwettelijke vakantiedagen.

De werkgever is krachtens artikel 7:638 lid 1 BW verplicht om de werknemer in de gelegenheid te stellen om ten minste het wettelijke aantal dagen vakantie op te nemen. De werknemer kent daarentegen geen wettelijke verplichting om elk jaar de wettelijke vakantiedagen daadwerkelijk op te nemen.

Voor wettelijke vakantiedagen geldt een vervaltermijn van zes maanden op grond van artikel 7:640a BW. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt die vervaltermijn niet. Hierop is een verjaringstermijn van vijf jaar van toepassing. Deze verjaringstermijn van vijf jaar is eveneens van toepassing als een werknemer wettelijke vakantiedagen heeft opgebouwd, maar deze in redelijkheid niet heeft kunnen opnemen.

Wettelijke vakantiedagen mogen in beginsel niet worden uitbetaald. Uitzondering hierop is bij het einde van het dienstverband. Bovenwettelijke vakantiedagen mogen op verzoek van de werknemer wel worden uitbetaald. De werkgever mag niet zelf tot het besluit overgaan om de bovenwettelijke vakantiedagen uit te betalen en kan het verzoek tot uitbetaling van de vakantiedagen van de werknemer weigeren.

Heeft u vragen naar aanleiding van bovenstaande, neem dan vrijblijvend contact met ons op via https://www.sijbenpartners.nl/contact