Ein Vertrag, der unter dem Einfluss eines Irrtums zustande gekommen ist, kann für nichtig erklärt werden. Die Nichtigerklärung des Vertrags hat zur Folge, dass bereits geleistete Zahlungen zurückgezahlt und bereits gelieferte Leistungen zurückgegeben werden müssen. Nachstehend erfahren Sie, wann ein Irrtum vorliegen kann. Außerdem wird ein aktueller Fall aus unserer Praxis zum Thema Irrtum näher beleuchtet.
Anfechtung wegen Irrtums
In Artikel 6:228 des Bürgerlichen Gesetzbuchs wird zwischen drei Fällen unterschieden, in denen eine Anfechtung wegen Irrtums geltend gemacht werden kann.
Erstens kann ein Irrtum vorliegen, wenn eine falsche Vorstellung von den Umständen auf die Mitteilung einer anderen Partei zurückzuführen ist, es sei denn, der Vertrag wäre auch ohne diese Mitteilung geschlossen worden.
Ein zweiter Fall, in dem ein Vertrag wegen Irrtums für nichtig erklärt werden kann, liegt vor, wenn die falsche Vorstellung auf die Unterlassung von Auskünften durch die andere Partei zurückzuführen ist.
Schließlich kann ein beiderseitiger Irrtum vorliegen. Von einem beiderseitigen Irrtum ist die Rede, wenn die Gegenpartei beim Abschluss des Vertrags von derselben falschen Annahme ausgeht wie die irrtümliche Partei. Da in diesem Fall beide Parteien von einer falschen Sachverhaltsvorstellung ausgegangen sind, muss für die Anfechtung des Vertrags nachgewiesen werden können, dass der Vertrag niemals geschlossen worden wäre, hätten die Parteien eine richtige Sachverhaltsvorstellung gehabt.
In der Praxis
Die Praxis zeigt, dass die Rechtslehre zum Irrtum als komplex und unübersichtlich empfunden werden kann. Unsere Rechtsanwälte verfügen über umfangreiche Erfahrung mit diesem Rechtsgebiet. Sie beraten und führen regelmäßig Rechtsstreitigkeiten in diesem Bereich. Und das mit Erfolg! So vertrat beispielsweise einer unserer Rechtsanwälte Auftraggeber, die nach dem Abschluss eines Vertrags über den Einbau eines Aufzugs nicht ausreichend über zusätzliche Kosten informiert worden waren. Die Berufung auf einen Irrtum war in diesem Fall erfolgreich, und der Auftragnehmer musste den Auftraggebern die Anzahlung in Höhe von 2.150,00 € zurückerstatten. Klicken Sie hier, um weitere Informationen zu diesem Fall zu erhalten.
Haben Sie Fragen zu Willensmängeln oder möchten Sie gerne Kontakt zu einem unserer auf Gesellschaftsrecht spezialisierten Anwälte aufnehmen? Dann senden Sie uns unverbindlich eine E-Mail an info@sijbenpartners.nl oder rufen Sie uns unter +31 45 560 22 00 an.
Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling kan worden vernietigd. Vernietiging van de overeenkomst heeft tot gevolg dat hetgeen betaald is, moet worden terugbetaald en hetgeen geleverd is, moet worden teruggegeven. Lees hieronder wanneer sprake kan zijn van dwaling. Tevens zal een recente casus uit onze praktijk omtrent dwaling worden uitgelicht.
Vernietiging op grond van dwaling
In artikel 6:228 van het Burgerlijk Wetboek wordt een onderscheid gemaakt tussen een drietal gevallen waarin vernietiging op grond van dwaling kan worden gevorderd.
In de eerste plaats kan van dwaling sprake zijn als een verkeerde voorstelling van zaken te wijten is aan de mededeling van een andere partij, tenzij de overeenkomst ook zonder deze mededeling zou zijn gesloten.
Een tweede geval waarin een overeenkomst wegens dwaling kan worden vernietigd, doet zich voor indien de verkeerde voorstelling van zaken te wijten is aan het niet geven van inlichtingen door de andere partij.
Tot slot kan er sprake zijn van wederzijdse dwaling. Van wederzijdse dwaling wordt gesproken indien de wederpartij bij het sluiten van de overeenkomst van dezelfde onjuiste veronderstelling uitgaat als de dwalende partij. Omdat in dit geval allebei de partijen van een onjuiste voorstelling van zaken uit zijn gegaan, moet er voor vernietiging van de overeenkomst kunnen worden aangetoond dat, indien partijen wel een juiste voorstelling van zaken hadden gehad, er nimmer een overeenkomst zou zijn gesloten.
In de praktijk
Uit de praktijk blijkt dat het leerstuk van dwaling als complex en onoverzichtelijk kan worden ervaren. Onze advocaten hebben veel ervaring met dit leerstuk. Zij adviseren en procederen hierin regelmatig. En met succes! Zo stond één van onze advocaten opdrachtgevers bij die onvoldoende waren geïnformeerd over aanvullende kosten ná het sluiten van een overeenkomst omtrent de realisatie van een lift. Een beroep op dwaling slaagde hier en de opdrachtnemer heeft de aanbetaling van € 2.150,00 moeten terugbetalen aan de opdrachtgevers. Klik hier voor meer informatie over deze zaak.
Heeft u vragen over wilsgebreken of wilt u graag contact opnemen met een van onze gespecialiseerde ondernemingsrechtadvocaten? Stuur dan vrijblijvend een e-mail naar info@sijbenpartners.nl of bel naar +31 45 560 22 00.