Hoge Raad: verplicht einde aan ‘slapend dienstverband’

De Hoge Raad heeft afgelopen vrijdag antwoord gegeven op prejudiciële vragen van de rechtbank Limburg over de toelaatbaarheid van ‘slapende dienstverbanden’. Een ‘slapend dienstverband’ is een dienstverband waarbij een langdurig arbeidsongeschikte werknemer thuis zit en geen loon meer krijgt, maar door de werkgever toch in dienst wordt gehouden met als gevolg dat daardoor de wettelijke transitievergoeding niet hoeft te worden betaald. Deze wettelijke transitievergoeding is de ontslagvergoeding waarop een werknemer recht heeft als hij ontslagen wordt na een dienstverband van twee jaar of langer.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat een ‘slapend dienstverband’ in beginsel niet toelaatbaar is. Dit oordeel is enerzijds gelegen in het feit dat duidelijk is dat de wetgever af wil van de ‘slapende dienstverbanden’. Op grond daarvan brengt de eis van ‘goed werkgeverschap’ mee dat een werkgever een werknemer niet ‘slapend in dienst’ mag houden, om de betaling van de transitievergoeding te ontlopen. Op de werkgever rust dus de verplichting om, op verzoek van de arbeidsongeschikte werknemer, het ‘slapend dienstverband’ te beëindigen, met betaling van een bedrag ter hoogte van de wettelijke transitievergoeding. Dit kan enkel anders zijn als de werkgever gerechtvaardigde belangen heeft om de arbeidsongeschikte werknemer toch in dienst te houden, bijvoorbeeld als er een reëel uitzicht is op re-integratie.

Daarnaast is er de Regeling compensatie transitievergoeding, waarin is geregeld dat een werkgever vanaf 1 april 2020 door het UWV wordt gecompenseerd voor betaling van de transitievergoeding aan een langdurig arbeidsongeschikte werknemer, waardoor het argument dat een werkgever op hoge kosten wordt gejaagd, niet langer opgaat.

Hierbij moet wel een kanttekening worden geplaatst. Ontslaat een werkgever de werknemer na een ‘slapend dienstverband’, dan telt de duur van het slapend dienstverband ook mee voor de hoogte van de transitievergoeding. De opgebouwde transitievergoeding tijdens de periode van het slapend dienstverband wordt niet gecompenseerd.

Bent u een werknemer die gelet op de actuele ontwikkelingen het slapend dienstverband met uw werkgever wenst te beëindigen, of bent u een werkgever die begeleiding bij een dergelijk proces wenst? Heeft u vragen over de Regeling compensatie transitievergoeding? Neem dan contact op met een van onze arbeidsrechtspecialisten.

De volledige tekst van de uitspraak is te vinden op: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:HR:2019:1734

Wie is de baas over vakantiedagen: de werkgever of werknemer?

Iedere werknemer heeft recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon. Maar wie stelt de vakantieperiode nu eigenlijk vast: de werkgever of de werknemer?

Krachtens artikel 7:638 lid 2 BW stelt de werkgever de vakantie vast overeenkomstig de wensen van de werknemer. De zeggenschap over de vastgestelde vakantieperiode ligt aldus in belangrijke mate bij de werknemer. De werknemer kan, afhankelijk van de privéwensen, bepalen in welke periode en voor hoe lang men vakantie opneemt. De werknemer maakt de wensen – schriftelijk – kenbaar bij de werkgever en de werkgever dient vervolgens binnen twee weken te reageren. Laat de werkgever na om te reageren, dan wordt de vakantie geacht te zijn vastgesteld overeenkomstig de wensen van de werknemer.

Dient de werkgever zich altijd te conformeren aan het verzoek van de werknemer omtrent vakantie? Zoals reeds beschreven is het verzoek van de werknemer aangaande de vakantieperiode in beginsel leidend. De aanvraag van de werknemer kan echter worden afgewezen indien de werkgever daar een gewichtige reden voor heeft. Van een gewichtige reden kan sprake zijn als het onwenselijk is voor de werkgever, met het oog op het bedrijfsbelang, als te veel collega’s in dezelfde periode op vakantie gaan. Daarnaast kan een werkgever ook afwijken van de hoofdregel als met de werknemer – op schrift gestelde – afspraken zijn gemaakt die afwijken van de wettelijke regel. In de arbeidsovereenkomst of cao kunnen bijvoorbeeld verplichte vakantiedagen worden vastgelegd.

Mr. Vian Vonken verzorgt 11 december a.s. een lunchlezing over vakantie en verlof waarvoor u zich via onderstaande link kunt aanmelden:

https://sijbenpartners.nl/lezingenseminars/aanmelden.php?sector=AR

Aan deelname zijn geen kosten verbonden.

Indien u meer informatie wenst dan kunt u contact opnemen via info@sijbenpartners.nl dan wel via 045 – 560 22 00.

mr. Stijn Hamers

mr. Stijn Hamers

Jurist

Expertise

Arbeidsrecht

Stijn Hamers volgde aan de Universiteit van Maastricht de master Recht en Arbeid, met als specialisatie arbeids- en gezondheidsrecht.

Binnen Sijben & Partners Advocaten houdt Stijn zich bezig met uiteenlopende rechtsgebieden, waaronder arbeidsrecht.

In de kern van moeilijkheden schuilen mogelijkheden

 

E-mail : hamers@sijbenpartners.nl

 

mw. mr. Sophie Moonen

mw. mr. Sophie Moonen

Jurist

Expertise

Arbeidsrecht

Sophie Moonen heeft aan de universiteit Maastricht de master privaatrecht gevolgd. Na haar studie koos zij meteen voor de advocatuur en heeft zij zich mede toegelegd op letselschade en arbeidsrecht. Binnen Sijben & Partners houdt zij zich dan ook bezig met deze rechtsgebieden.

Waar anderen hun stem verheffen, verbeter ik liever mijn argumenten.

E-mail : moonen@sijbenpartners.nl

Te uitgebreid concurrentiebeding werkt averechts

Met een concurrentiebeding voorkom je als werkgever concurrentie door ex-werknemers. Maar let op! Een te uitgebreid concurrentiebeding werkt averechts.

Dat blijkt weer eens uit een recente uitspraak van de kantonrechter in Utrecht http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2019:402. Werkgever verklaarde in het concurrentiebeding heel Europa tot “verboden gebied”. Ten onrechte, volgens de rechter, die vond dat het bezoeken van een vakbeurs in Duitsland door de ex-werknemer uit Nederland geen overtreding was. Ook het anti-ronsel gedeelte van het concurrentiebeding ging de rechter te ver. Want ook het hebben van contact met oud-collega’s kan als zodanig niet worden ingeperkt.

Om te voorkomen dat een concurrentiebeding tandeloos wordt, doet een werkgever er verstandig aan om het beding nauwkeurig te (laten) formuleren. Dus to the point in plaats van allesomvattend. En specifiek gericht op het tegengaan van werkelijke concurrentie, in plaats van het voorkomen van mogelijke concurrentie. Vaak is dan een relatiebeding uiteindelijk het meest effectief, omdat de relaties van werkgever voldoende concreet zijn en de ex-werknemer daar wel enige tijd van weggehouden kan worden. En handhaving van dat relatiebeding in een kort geding ook beter afgedwongen kan worden.

Wilt u weten hoe? Of heeft u vragen over een concurrentie- of relatiebeding, of het formuleren van de juist tekst?

Neem dan contact op met onze arbeidsrecht advocaat mr. Ben van Meurs.

Arbeidsrecht Academy

Wij willen u graag, als gespecialiseerd advocatenkantoor voor ondernemers, informeren over de laatste juridische ontwikkelingen met betrekking tot onderwerpen die u in het bijgevoegde inschrijfformulier aantreft.

Onze Sijben & Partners Academy omvat een reeks lezingen die zijn bedoeld om u zowel te voorzien van actuele en nuttige informatie over diverse onderwerpen, alsook om in een informele setting met elkaar van gedachten te kunnen wisselen over praktijkervaringen of vragen te stellen. Bijkomstig effect is uiteraard de netwerkfunctie.

U kunt zich aanmelden via: https://sijbenpartners.nl/lezingenseminars/

Er zijn geen kosten verbonden aan deelname.

NATO

Vian Vonken
mr. Vian Vonken

Mr. Vonken has experience with litigation against supranational organizations such as NATO and its underlying Agency’s.

The specific employment regulations governed by the NCPR’s are known to him.

All procedural aspects, such as the ‘administrative review procedure’, the ‘complaint procedure’, the ‘disciplinary board procedure’ as well as the appeal at the ‘Administrative Tribunal’ in Brussels can be provided for.

If required, meetings may be held nearby the NATO headquarters in Brussels on the location Brussels Airport Diegem, Pegasuslaan 5, 1831 Diegem.

—————————————————————————————————————————

Mr. Vonken heeft ervaring in het procederen tegen supranationale organisaties zoals de Nato en de daaronder vallende Agency’s.

De specifieke arbeidsvoorwaardelijke regelingen vastgelegd in de NCPR’s zijn bekend.

Alle procedurele aspecten zoals  ‘administrative review procedure’, ‘complaint procedure’, ‘disciplinary board procedure’ alsmede de gang naar het ‘Administrative Tribunal’ in Brussel worden verzorgd.

Desgewenst kunnen besprekingen ook plaatsvinden in de buurt van het Nato hoofdkantoor te Brussel op locatie Brussels Airport Diegem, Pegasuslaan 5, 1831 Diegem.

 

Terug