Werknemer is op staande voet ontslagen wegens verduistering van zaken van de werkgever van zware metalen zoals goud. Na vermoedens daarover heeft de werkgever camera’s gebruikt om bewijs te verkrijgen van deze verduistering. Van de vier betrokken medewerkers hebben er vier erkend zich schuldig te hebben gemaakt aan het ontvreemden van goud. De werknemer in dit geding vecht het ontslag op staande voet en stelt dat de camerabeelden niet gebruikt mogen worden in verband met de vergaande schending van de privacy door gebruikmaking van de camera’s. De werkgever stelt de camera’s slechts op een plek te hebben opgehangen en dat met een specifiek doel gefilmd is en niet langer dan noodzakelijk. Daar komt bij dat enkele maanden eerder gewaarschuwd is tegen het ontvreemden van bedrijfsspullen. De kantonrechter heeft bij incidentele beslissing geoordeeld dat het eventuele bewijs van de dringende reden mede met behulp van de camerabeelden kan worden geleverd en dat inderdaad slechts vanuit een specifiek standpunt is gefilmd. Op het door art. 8 ECVRM beschermde recht op privacy is geen verdere inbreuk gemaakt dan voor de vergaring van bewijs noodzakelijk was. De beelden worden toegelaten en tegenover hetgeen hierop te zien is zijn de verklaringen van de werknemer voor zijn gedragingen niet overtuigend. Het ontslag op staande voet blijft in stand.

Uitspraak: https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBLIM:2019:2130

Vragen over dit arbeidsrecht artikel? Neem contact op met een van onze arbeidsrecht specialisten.

Arbeidsrecht artikel: Verduistering door de werknemer. Camerabeelden toegelaten ondanks verzet hiertegen in verband met inbreuk op privacy van de werknemer.
Terug