Werknemer gaat naar een personeelsfeest van werkgever op een kampeerboerderij. In de avond gaat werknemer met enkele collega´s naar de slaapkamer en biedt cocaïne aan haar collega’s aan. Eén collega gaat op het aanbod in. Samen met deze collega gebruikt werknemer cocaïne. Daarna voegen zij zich weer bij het gezelschap. Werkgever komt hierachter en vervolgens wordt werknemer op staande voet ontslagen. De collega krijgt een officiële waarschuwing. Werknemer stelt dat de feiten die werkgever ten grondslag legt aan het ontslag op staande voet niet een ontslag op staande voet kunnen rechtvaardigen.

De kantonrechter overweegt dat het feit dat werknemer cocaïne zelf gebruikt en een kleine hoeveelheid aanbiedt aan een collega, waarvan gezegd wordt dat die niet eerder cocaïne gebruikte, enerzijds wellicht onwenselijk is of zelfs strafbaar, maar anderzijds een maatschappelijke realiteit, die niet als zeldzaam dient te worden gezien. De argumenten die werkgever aandraagt dat in het geval klanten van werkgever bekend zouden raken met het gebruik door werknemer van cocaïne en dat daardoor de zakelijke belangen van werkgever geschaad worden, overtuigen de kantonrechter niet. Ook de stelling van werkgever dat zij ook overigens het vertrouwen in werknemer heeft verloren, overtuigen de kantonrechter onvoldoende. De kantonrechter veroordeelt werkgever tot betaling van een billijke vergoeding ter hoogte van € 3.000,00 bruto en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van € 3.106,09 bruto.

Werknemer gebruikt cocaïne op het personeelsfeest: geen dringende reden voor ontslag op staande voet
Terug