ontslag op staande voet

Ontslag op staande voet wegens wegnemen spullen blijft in stand

Werknemer is per 1 januari 2009 in dienst getreden van FVH, een schoonmaak- en huismeesterbedrijf. Op 3 oktober 2018 is werknemer op staande voet ontslagen wegens het wegnemen en/of meenemen van spullen, omdat hij een derde in het pand van een opdrachtgever van FVH heeft toegelaten en omdat werknemer tijdens het onderzoek verschillende, tegenstrijdige, verklaringen heeft afgelegd. Werknemer verzoekt in deze procedure vernietiging van het ontslag op staande voet.

Volgens de kantonrechter is sprake van een rechtsgeldig ontslag op staande voet. Het verleende ontslag is onverwijld gegeven; het past bij de eisen van goed werkgeverschap dat een werknemer eerst gehoord wordt alvorens tot het ontslag op staande voet over te gaan. Het is vaste rechtspraak dat het eerst aanbieden van een vaststellingsovereenkomst niet in de weg staat aan het voldoen aan de onverwijldheidseis. Er is sprake van een dringende reden. Volgens de kantonrechter wist, of behoorde, werknemer te weten dat hij zonder expliciete toestemming van FVH of de opdrachtgever geen spullen uit het pand van de opdrachtgever mocht meenemen of meegeven aan derden, ook niet als het in zijn ogen ging om zaken waarvan afstand was gedaan dan wel afval. Het ontslag op staande voet blijft in stand; het verzoek van werknemer wordt afgewezen.

Ontslag op staande voet wegens wegnemen spullen blijft in stand
Terug